Welkom iedereen!

Het doel van deze blog is een realistisch, genuanceerd - misschien zelfs ontnuchterend - beeld te schetsen van de internationale dynamiek die vandaag de dag plaats vindt onder het vaandel van mensenrechten, democratie, vrijheid en zo meer.

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog en belangrijker nog, de dekolonisatiebeweging die daarop volgde, lijkt de uitbreidingsdrang van de grote mogendheden voorgoed voorbij te zijn. Op het eerste zicht lijkt het wel of het imperialisme van de 19e en eerste helft van de 20ste eeuw plaats maakten voor humanitaire en ontwikkelingshulp, het promoten en ondersteunen van democratische bewegingen, (internationale) bescherming van sociale en mensenrechten. De nadruk wordt telkens weer op het belang van allerhande vrijheden gelegd (vrijheid van meningsuiting, van vergadering, kortom van quasi alle denken en doen). Deze goede bedoelingen zouden moeten blijken uit onder andere ongebonden voedselhulp, gunstige handelsvoorwaarden, kapitaalvoordelen, tot het - soms zelfs gewapend - optreden tegen dictaturen van allerlei pluimage.

Maar klopt het wel dat zulke acties oprecht gebeuren vanuit een humanitaire overweging? Wordt voedselhulp misschien gebruikt om productieoverschotten te dumpen, ontwikkelingshulp om politieke druk uit te oefenen, kapitaalvoordelen om te beleggen in nieuwe markten en militair ingrijpen om goedkopere olie op te pompen? In hoeverre is het humanitarisme enkel een dun laagje om de keiharde en kille machtspolitiek van allerhande machten in de wereldpolitiek op te smukken? In hoeverre is humanitarisme de spreekwoordelijke wolf met het zachte schapenvachtje om? In hoeverre is humanitarisme enkel een andere naam voor het 'oude' imperialisme?

Wetende dat de waarheid niet zwart-wit is, zouden we via een levendige en genuanceerde discussie graag hier en daar wat kleurtinten aanbrengen. Zodoende zullen we trachten een begin tot antwoord te vormen op voorgaande vragen.
Posts tonen met het label Chris Claes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Chris Claes. Alle posts tonen

zondag 30 december 2007

Het Amerikaanse imperium en zijn afhankelijkheid tegenover het Zuiden

In wat volgt zal blijken dat het streven naar imperiumopbouw geen nieuw gegeven is in de Amerikaanse geschiedenis. De Amerikaanse onderzoekster Susanne Soederberg stelt dat onder het mom van het streven naar internationale vrijheid en democratie, de V.S. zich blijft verrijken op de rug van het arme Zuiden. Soederberg doet haar theorie uit de doeken in volgend artikel:
Soederberg, S. (2004). American empire and 'excluded states': the Millennium Challenge Account and the shift to pre-emptive development. Third World Quarterly, 25 (2), 279-302.

De elektronische versie van dit artikel is makkelijk terug te vinden op:
http://tsp.ec.tku.edu.tw/QuickPlace/113922qp/Main.nsf/$defaultview/E67FA4119078AA7B482571B60052E854/$File/Soederberg2004.pdf?OpenElement


Susanne Soederberg is professor in ontwikkelingsstudies aan de Queen's Universiteit in Kingston, USA. Met deze paper vult ze naar eigen zeggen het vacuüm aan wetenschappelijke kritische werken op over het Millennium Challenge Account (MCA). Het MCA is een ontwikkelingsproject dat door George W. Bush in maart 2002 in het leven is geroepen, met als doel de 79 armste landen op deze planeet te helpen. In deze context spreken de Amerikanen graag over 'failed states', die een veilige thuishaven zouden kunnen vormen voor terroristen die de Amerikaanse veiligheid bedreigen. Aan de hulp die arme landen ontvangen via het MCA, zitten wel een hele lijst voorwaarden verbonden - een niet onbesproken probleem binnen onze opleiding 'Conflict and Development, onder andere toen het ging over de Washington Consensus… Deze landen moeten namelijk aan criteria voldoen die bepaald worden door de Bush-regering en die - hoe kan het ook anders - passen binnen de neoliberale agenda van de V.S.. Het MCA is daarmee, volgens Soederberg, een schaamteloze uitwaseming van het Amerikaanse imperialisme: dezelfde egoïstische neoliberale doelstelling, verpakt in een nieuw kleedje, een nieuwe vorm. De weg naar economische groei ligt, volgens het neoliberalisme, in het stimuleren van landen om hun beleid aan te passen in de richting van economische vrijheid. Men kan zich afvragen over welke groei het hier gaat: deze van de arme landen of van de V.S.?
De reden voor de weinig voor handen zijnde kritische literatuur hieromtrent is volgens Soederberg het privatiseren van hulp en het militariseren van ontwikkeling.

Van de vroege jaren '80 tot de late jaren '90 werd ontwikkelingssamenwerking vanuit het Westen sterk bepaald door de Washington Consensus. Deze stelde dat de staatsinvloed zich enkel dient te beperken tot het handhaven van de wet voor bijvoorbeeld eigendomsrechten, en dat voor de rest de markt aan invloed moet winnen via privatisering, liberalisatie en deregulatie. Dit zou de landen in het Zuiden helpen om economische zekerheid en groei te bekomen. Maar Soederberg spreekt de neoliberalen tegen door te zeggen dat hiermee juist onzekerheid wordt bekomen. Want het neoliberaal systeem dat wordt opgedrongen aan het Zuiden, beloont diegenen die kapitaal accumuleren en straft de anderen. In die zin heeft Soederberg het over de zekerheid/onzekerheid paradox: in het streven naar zekerheid via die economische maatregelen, bekomt men juist onzekerheid in het sociale en individuele leven van de mensen in het Zuiden. En ondanks de slechte resultaten in de landen die zich lieten leiden - korte 'ei' of lange 'ij' maakt in dit geval weinig verschil - door het Amerikaanse neoliberalisme - lees imperialisme - en de groeiende ontevredenheid in deze landen, bleef de V.S. die vrije economie pushen.

Als reactie op de nadelige gevolgen van en de protest tegen de voorwaardelijke SAP's van de Washington Consensus ontstond eind de jaren '90 een nieuwe ontwikkelingsstategie: de post-Washington Consensus. Vanuit de Wereldband en het IMF kwam steeds meer aandacht voor armoedevermindering i.p.v. voor infrastructuur en dergelijke. De armen werden voortaan niet meer gezien als volledig passief maar als mogelijke producenten, en de ontvangen staten kregen meer inspraak: 'empowerment' is een goedklinkende term die hierbij graag in de mond werd genomen door Westerse donoren. Toch bleef natuurlijk de vrijemarkteconomie een prioriteit… Zo ziet Soederberg de 'Poverty Reduction Strategy Papers' (PRSPs) van de Wereldbank als een manier om het neoliberaal systeem makkelijker te laten slikken door de ontwikkelingslanden en tegelijk meer slagkracht te geven via de nog steeds sterke voorwaardelijkheid. De arme landen in het Zuiden bleven hierbij dus onderdrukt door het Amerikaanse imperialisme en de spanning van de zekerheid/onzekerheid paradox bleef bestaan.

Door de zojuist vernoemde paradox en door de falende economie van en het groeiende onveiligheidsgevoel in de V.S., waren de inspraakgevende PRSP's geen succes. Vanaf het jaar 2000 ging het namelijk niet meer zo goed met de Amerikaanse economie, die toch als neoliberaal voorbeeld moest dienen voor de Derde Wereld landen. De reden voor dit falen was o.a. het doorprikken van de enorme speculaties die de voorgaande jaren gebeurden op de beurs. In 2002 moest Bush dan ook recordbedragen gaan lenen om het budgettair tekort aan te vullen. De V.S. heeft, gezien deze slechte economische situatie, de Derde Wereld broodnodig. Bush wil de arme landen zo ver krijgen dat hij er goedkoop kan produceren voor eigen rekening, gebruik makende van gedisciplineerde goedkope arbeidskrachten en het ontbreken van taksen zoals milieubelastingen. Deze schandalige praktijk vanuit het Amerikaanse imperium werd ook vermeld in de korte inleiding van deze groepstaak door professor Sami Zemni op Minerva. Bush heeft dus die economische vrijheid in ontwikkelingslanden nodig om zijn imperium in stand te kunnen houden. Door deze excentrieke overlevingsdrang, is de Bush-regering rond de eeuwwisseling steeds meer unilaterale - lees egoïstische - beslissingen inzake ontwikkelingsbeleid gaan nemen. In 2000 beschuldigde de straffe mevrouw Condaleeza Rice, Bush's rechter hand als het gaat over Amerikaanse veiligheid, het afgelopen Clintonbeleid dat volgens haar teveel de eigen nationale belangen had vervangen door humanitaire doeleinden. Verder volgens Rice is wat goed is voor de V.S. ook goed voor de wereld, een toch wel opmerkelijke opvatting die algemeen verspreid lijkt te zijn bij vele burgers en beleidsmensen in de V.S.. Een gevolg is dat wanneer de V.S. op zoek gaat naar legitimiteit voor bepaalde buitenlandse acties, het enkel naar zijn eigen principes teruggrijpt en niet naar internationale instituties, zoals de V.N..

Sinds 9/11 komt het Amerikaanse imperialisme anders tot uiting dan voorheen: meer dan ooit wil de Bushadministratie de Amerikaanse waarden en normen, hoofdzakelijk politieke en economische vrijheid, opleggen aan de wereld, alsof dat de enige juiste zouden zijn. Naast het MCA werden in 2002 nog andere egostimulerende projecten op de wereld losgelaten, zoals het project voor de 'New American Century' en de American National Security Strategy (NSS). De V.S. laat weinig keuze aan de ontwikkelingslanden: ze moeten kiezen vóór of tégen de V.S.. Als ze voor zijn, dan moeten ze zich onderwerpen aan de Amerikaanse waarden en regels, en als ze tegen zijn, dan houdt de V.S. zijn militair apparaat gereed om te vechten binnen het kader van zijn War on Terror. De V.S. duidt falende staten aan als mogelijke veilige thuishavens voor terroristen, die vandaaruit de Amerikaanse veiligheid bedreigen. En marktgeleide globalisatie zou armoede in zulke landen oplossen, en meer Amerikaanse controle zou de terroristen verdrijven. Om deze controle te maximaliseren wil de V.S. liever de IDA-leningen van de Wereldbank omvormen in giften, niet uit liefdadigheid, maar dus om meer grip te krijgen op de prestaties van de arme landen. Vele van de andere G-8 landen, die eveneens grote invloed hebben op het Wereldbankbeleid, onthaalden deze Amerikaanse voorstellen niet bijzonder positief. Dit bewijst nogmaals het unilaterale karakter van het Amerikaans buitenlands beleid.

De aanslagen op 11 september 2001 zijn volgens Soederberg niet de directe oorzaak van de agressieve buitenlandse aanpak, maar dienen ze wel als rechtvaardiging voor de militaire uitbreiding van het Amerikaanse imperium en zijn repressieve aanpak in strategisch belangrijke gebieden in het Zuiden. Voorbeelden van het Amerikaanse 'extremisme' zijn de agressiever wordende FBI en CIA die zonder waarschuwing indringen in de privésfeer van mensen die volgens hen terroristische treksjes zouden hebben. Ook tegenover NGO's wordt een repressieve en meer gecontroleerd beleid gevoerd sinds 9/11: de Bush-regering verdringt NGO's die opkomen voor de rechten van de armen in het Zuiden en die reageren tegen de neoliberale globalisatie. Bovendien deelt Bush steeds vaker contracten uit aan bevriende privébedrijven werkzaam in het Zuiden.

Volgens Soederberg veranderde door de aanslagen vooral de vorm van de humanitaire hulp en niet de inhoud en achterliggende bedoelingen ervan. 9/11 heeft dus wel degelijk een invloed volgens Soederberg, maar ik denk dat ze vooral het punt wil maken dat de V.S., en Bush in het bijzonder, zich niet mogen verschuilen achter 'we moeten ons beschermen tegen die boze terroristen' om meer negatieve invloed uit te kunnen oefenen op arme landen ten voordele van het Amerikaanse imperium.

Zoals zovele wetenschappers bekent Soederberg kleur op politiek vlak: ze blijkt meer voorstander te zijn van Clinton, die meer werkte via multilaterale samenwerkingsverbanden in plaats van unilaterale waar Bush graag gebruik van maakt.

Soederberg valt de stelling van de Bush-regering aan, die zegt dat er een sterke correlatie is tussen economische vrijheid en democratie. Volgens haar zijn er voorbeelden genoeg in de geschiedenis die dit tegenspreken: zoals het authoritaire en tegelijkertijd neoliberale Chili ten tijde van Pinochet, en de O-Aziatisch ontwikkelingslanden die zonder het neoliberale systeem toch heel goede resultaten boekten.

Net als ten tijde van de Koude Oorlog creëert de V.S. een onmenselijke vijand, er wordt gesproken over een democratische 'wij' en een terroristische 'zij'. De ander wordt gezien als passief die niet bereid is om de neoliberale modernisatie aan te nemen en daarom blijven 'ze' een bedreiging voor de V.S. en moet er worden ingegrepen. In de V.S. worden uitspraken en teksten afkomstig van mensen in falende staten gezien als nonsens en niet legitiem.

Volgens Soederberg manipuleert Bush de methoden voorgeschreven om de Milleniumdoelstellingen te halen, om op die manier het Amerikaanse imperium te dienen. Niet het verspreiden van democratie en vrijheid zijn de echte doelstellingen van Bush, maar wel de positie van V.S. als economische en militaire wereldleider behouden.
auteur: Chris Claes

Changer le monde, c'est possible!

Dit is de ambitieuze titel van een artikel van de hand van Riccardo Petrella, gepubliceerd door le Monde Diplomatique van augustus 2005, waarvan de elektronische versie terug te vinden is op http://www.monde-diplomatique.fr/2005/08/PETRELLA/12434.

In tegenstelling tot Jean Bricmont die, op 12 december te Gent, pleitte tegen interventies en een pessimistischer beeld schiep over ontwikkelingssamenwerking, laat Riccardo Petrella een meer optimistische en meer geëngageerde wind waaien in het debat rond humanitaire ingrepen. Er zou wel degelijk iets kunnen worden gedaan aan de armoede en het geweld in deze wereld: de weg lijkt er te zijn, maar enkel de wil ontbreekt tot nu toe. De sleutel tot een betere wereld, ligt volgens Petrella bij de machtige mensen op deze aardbol. Eens zij de politieke wil demonstreren om daadwerkelijk iets te doen tegen armoede en geweld, kunnen de Milleniumdoelstellingen zonder probleem worden behaald.

Petrella schreef dit artikel naar aanleiding van een samenkomst in juli 2005 van de leiders van de acht machtigste landen, die gepaard ging met tevergeefse manifestaties tegen armoede in de wereld.

In ieder geval ontbreekt het, volgens Petrella, de Westerse beleidsmensen niet aan de nodige goede voornemens, hoe luidt dat spreekwoord over goede voornemens ook al weer…? Zo werd in 1974 aangekondigd dat er in 2000 geen armoede meer zou bestaan op deze wereld. Daar moest de humanitaire hulp, zo groot als 0,7% van het BNP van deze rijke landen, voor zorgen. Dit enthousiasme groeide sterk bij de val van Rusland, dé vijand van het Westen en, volgens datzelfde Westen, ook van de wereldvrede. Nooit zou er nog geld verspild moeten worden aan het onderhouden van legers, voortaan zou het kunnen worden geïnvesteerd in het een beter leven geven aan arme mensen.

Maar ondertussen weet iedereen dat deze optimistische voornemens totaal niet in daden zijn omgezet. Sterker nog, de situatie is zelfs verslecht ondertussen: bijna de helft van de 6 miljard mensen op deze planeet leeft in armoede. Maar dus waren het volgens Petrella niet de doelstellingen die onhaalbaar hoog laten. Nee, het zijn de Westerse machthebbers én de elites in arme landen die hun woord hebben gebroken. Meer nog, door hun beleid dat enkel gericht is op geldbejag en macht hebben ze oorzaken van armoede in de hand gewerkt. Belangrijk is dat Petrella ook de elite in arme landen met de vinger wijst. Want George W. Bush is niet de enige egoïst op deze wereld, denken we maar aan de desastreuze gevolgen van het patrimonialistische bewind van Mobutu in Congo.
De armen zijn niet enkel arm, ook van de vredesbeloftes kwam er niets in huis. Vooral in het Midden-Oosten en op vele plaatsen in Afrika zijn er oorlogen aan de gang. Bovendien raakt sinds 9/11 de wereld opnieuw verdeeld tussen twee machten, namelijk het Westen en 'het terrorisme' in al zijn verschijningsvormen. Zolang er niet wordt afgestapt van het idee dat er door oorlog te voeren vrede kan worden bekomen, zal er nooit vrede zijn.

In het kader van de globalisatie is het volgens Petrella meer en meer ieder voor zich. De dominanten op deze wereld geven het signaal aan de gedomineerde armen dat het hun lot is om arm te zijn. Het 'ons'-gevoel maakt steeds vaker plaats voor het 'ik'-gevoel, en dit in competitie met de ander voor essentiële goederen en diensten. Desalniettemin zijn zo goed als alle regeringen, religieuze gemeenschappen, NGO's, enzovoort, akkoord gegaan met de Milleniumdoelstelling om tegen 2015 de extreme armoede te halveren. Petrella vindt dit niet kunnen, volgens hem is dit helemaal niet ambitieus en gaat het voorbij aan de rechten en de waardigheid van de 2,8 miljard armen. De wereldleiders verzaken volgens hem aan hun politieke en ethische verantwoordelijkheid.

Petrella haalt zwaar uit naar Bush zijn War on Terror. Via die oorlog proberen vrije en democratische gemeenschappen hun cultuur van overvloed en overdadige consumptie te beschermen tegen een terroristische wereld. De woorden vrije, democratische, en terroristische, plaatst Petrella tussen aanhalingstekens, waarmee hij wil zeggen sterk te twijfelen of bijvoorbeeld de VS wel zo vrij en democratisch is en of de wereld er wel zo erg aan toe is dat er overal terroristen rondlopen. Petrella pleit voor andere manieren dan oorlog voeren om tot oplossingen te komen in deze context.

Petrella maakt verder brandhout van de Amerikaanse gedachte dat hun symbolen de absoluut juiste zijn en door de hele wereld moeten worden overgenomen. De "vrijheid" van handel en consumptie, binnen het kader van strenge regels van o.a. de Wereldbank en het IMF, is volgens het Westen een must voor iedereen en diegenen die weigeren zich hieraan over te geven, moeten worden bevochten. Petrella spreekt in dit betoog trouwens nooit over Bush of de VS, hij heeft het enkel over het Westen, alsof hij de vijand niet rechtstreeks wil aanvallen, hij is dan ook een regelrechte pacifist... Aan de andere kant kunnen we ons in Europa de vraag stellen of we zelf niet al te veel boter op het hoofd hebben en voorbij gaan onze verantwoordelijkheid in deze ongelijke wereld.

In wat vooraf ging heeft Petrella zijn punt gemaakt waar hij tegen is. Maar hij heeft ook een duidelijk idee waar hij voor de volle honderd procent achter staat. Op het eerste zich klinkt zijn idee wat overdreven ideologisch en bijna naïef, maar waarschijnlijk zullen we uiteindelijk toch die weg moeten opgaan als we de armoede en het geweld willen terugdringen. Petrello pleit namelijk voor het illegaal verklaren van armoede. Hij maakt een vergelijking met de slavernij, die net als de armoede vandaag, eeuwenlang werd gezien als onvermijdelijk, maar ondertussen officieel bij wet illegaal verklaard is. Voor de E.U. zou dit bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat bijvoorbeeld de strategie "van Lissabon", waarin de ambitie wordt geuit om van de Europese economie tegen de 2010 de meest competitieve te maken van de wereld, moét worden vervangen door maatregelen die samenwerking in de hand werken en de armoede in de wereld doen verminderen. Het is niet nodig om een volgende intergouvernementele conferentie over armoede af te wachten. Er kunnen nu al op lokaal vlak initiatieven worden genomen om in te gaan tegen de liberalisatie en privatisering, tegen bijvoorbeeld genetisch gemodificeerde gewassen, en voor het ter beschikking stellen van drinkbaar water voor alle mensen als een universeel mensenrecht.

Wat betreft het bereiken van vrede en het voorkomen van verdere oorlogen, pleit Petrella ervoor dat alle hulpbronnen zoals lucht, water, energie, bos, kennis, biodiversiteit, gezondheid, onderwijs, financiële stabiliteit, enzovoort, beschikbaar moeten zijn voor alle mensen op deze wereld. Om dit te verwezenlijken stelt bij voor om een globaal politiek apparaat op te richten dat zich bezighoudt met mensen in plaats van met naties. Zo stelt hij voor om de Verenigde Naties om te vormen tot 'mondiale organisatie voor de mensheid'. Het is tijd om de alleenheerschappij en het imperialisme voorgoed voorwel te zeggen en te bouwen aan een samenleving met een sociaal contract dat door iedereen ondersteund wordt op basis van waardigheid, recht, vrijheid en vrede.

Dit betoog van Petrella is waarschijnlijk leuk om te lezen voor iedereen die menslievende gevoelens koestert, het geeft een beetje hoop, en 'hoop doet leven' wordt gezegd. Mochten alle mensen op deze wereld zelfs maar een beetje zijn mening delen, waren de problemen van armoede en geweld onmiddellijk vanzelf opgelost. En daar ligt volgens mij net het probleem: de wereld bestaat niet enkel uit pacifisten, maar ook uit ruziemakers, egoïsten en materialisten, kortom 'mensen' als George W. Bush. Wel deel ik zijn mening dat om armoede uit te roeien er een soort internationaal platform en wettelijk kader zal moeten worden gecreëerd zodat geen enkele overheid of organisatie zich nog kan verschuilen achter uitvluchten om een beleid te voeren dat werkelijk een positief verschil maakt voor de armen en niet enkel voor de rijken.
auteur: Chris Claes

Het buitenlandse beleid van de V.S. en zijn imperialistische trekjes

Twee onderstaande filmfragmenten suggereren dat het buitenlandse beleid van de V.S. eerder geïnspireerd is op egoïstische en imperialistische motieven dan op menslievende bedoelingen.



In dit filmpje uit de republikein Ron Paul zijn ongenoegen over de buitenlandse tactieken van George W. Bush. Vooreerst komt in zijn toespraak duidelijk een partijpolitiek spelletje naar voren. Zo beschuldigt hij de democraten ervan Bush in 2003 onvoldoende te hebben tegengehouden om binnen te vallen in Irak. Maar daarnaast is dit fragment bijzonder interessant in het kader van de relatie tussen imperialisme en humanitarisme. Hier gaat het over de zogenaamd humanitaire ingreep om de Irakezen te verlossen van de dictator Saddam Hussein, een militaire operatie die volgens Ron Paul enkel dient ter uitbreiding van het Amerikaanse imperialisme. Ron Paul is tegen de bezetting van Irak door Amerikaanse soldaten, waarbij volgens hem al teveel slachtoffers zijn gevallen, zowel bij de Irakezen als bij de Amerikanen. Hij beschrijft de invasie in Irak als imperiumopbouw en kolonialisme. Volgens hem waren ook de interventies in Kosovo en Somalië een aantal jaren terug illegaal. Terrorisme is een tactiek volgens hem, je kunt geen oorlog voeren tegen een tactiek. Daarom is het principe van de War on Terror volledig onzinnig. De Irakezen en Saddam Hussein hadden niets te maken met terroristische aanslagen, ook niet met die van 9/11. Volgens hem past de oorlog in Irak niet binnen het streven naar vrijheid zoals Bush beweert, maar is het de zoveelste keer in de geschiedenis dat het Amerikaanse beleid wordt gevoerd vanuit een neoconservatief imperiumradicalisme. De werkelijke drijfveren van de Bush-regering zijn volgens hem: de lobby van de militaire industrie, misplaatste zogenaamde internationale goede bedoelingen, de strijd om natuurlijke rijkdommen, en blinde loyaliteit tegenover verschillende overheden in het Midden-Oosten. Volgens Ron Paul bedriegt Bush de Amerikaanse bevolking met valse redenen voor de invasie in Irak. Zo heeft hij het over het verdedigen van de nationale veiligheid, VN resoluties die moesten worden afgedwongen (iedereen herinnert zich wellicht dat verbod op massavernietigingswapens dat Irak zou hebben geschonden, maar achteraf bleek dat de controleurs niets hadden kunnen vinden dat in die richting wees…), het verwijderen van een dictator, het installeren van een democratie, en het beschermen van de olie voor Amerika. Bush stelt: 'Als we nu vertrekken zal Irak vervallen tot een puinhoop.' Hierop antwoordt Ron Paul snedig met de retorische vraag: 'En als we blijven dan is het uitgesloten dat het een puinhoop wordt?'.

Bij het filmpje werd op 29 december 2007 het volgende commentaar geschreven: 'this guy has balls, too bad he won't win the election because he's too truthful', gespierde taal van een zekere Mohammed - what's in a name?

Nog een kleine bedenking bij de tekst: eerst vermeldt Ron Paul de strijd om natuurlijke rijkdommen als één van de werkelijke redenen voor de invasie in Irak, terwijl hij later zegt dat het beschermen van de Amerikaanse olie een drogreden zou zijn om de Amerikaanse bevolking te beliegen. Dit lijkt wat tegenstrijdig? Misschien kan dit eventueel een discussie op gang brengen? Want de strijd om natuurlijke rijkdommen zal zeker in de toekomst aan belang winnen in het kader van conflicten. Gezien steeds meer mensen steeds minder natuurlijke rijkdommen ter beschikking hebben en zullen hebben: de stijgende olieprijzen zijn niet enkel een conjunctuurfenomeen…


In het volgende filmpje spreken de cijfers voor zich: Israël krijgt een duidelijke voorkeursbehandeling van de V.S..



Hier wordt gesteld dat Israël een derde van alle hulp toekomt die de V.S. jaarlijks in totaal uitdeelt in de wereld. Volgens een wetenschappelijke vriend van de ons ondertussen welgekende Jean Bricmont, Noam Chomski, betaalt de Amerikaanse belastingsbetaler al de militaire acties die Israël uitvoert in de bezette gebieden. Jean Bricmont zelf zei tijdens zijn voordracht binnen de lessenreeks, dat Israël een atoombom heeft en dat Iran er ook beter een zou maken, waarmee hij bedoelt dat de machtsverhoudingen in de regio volledig scheef zijn getrokken, door de steun van V.S.. Dit filmpje toont duidelijk aan dat er van oprecht humanitaire hulp vanuit de V.S. weinig sprake kan zijn, de hulp past vooral binnen de eigen strategische plannen van het Amerikaanse imperium en komt toe aan bevriende buitenlandse machthebbers die dat beleid ondersteunen.
auteur: Chris Claes