Als bespreking van een filmpje van het internet leek het mij interessant te zoeken naar bepaalde meningen over humanitaire interventies. Zo kwam ik terecht bij een van de Amerikaanse presidentskandidaten voor de verkiezingen van 2008. Deze kandidaat, Ron Paul, die al eerder te zien was in het filmpje van Chris (Het buitenlandse beleid van de V.S. en zijn imperialistische trekjes) heeft een aantal uitgesproken standpunten over het buitenlands beleid van de VS, die zeker interessant zijn in het kader van deze blog, namelijk betreffende interventionisme. De link met het onderwerp van deze blog is dat we naar mijn mening hebben aangetoond dat vele interventies gedragen worden door humanitaristische argumenten, die vaak niet de juiste motieven zijn.
Het non-interventionistische buitenlands beleid van Ron Paul:
Dit filmpje maakt duidelijk dat Paul er voorstander van is dat de VS stopt met zich te bemoeien met de zaken van andere landen. Het is duidelijk dat hij tegen het gebruik van humanitaristische argumenten is, om bepaalde militaire acties in bepaalde landen, voornamelijk in de derde wereld, uit te voeren. Hij spreekt echter niet letterlijk over hoe humanitaristische argumenten gebruikt worden om dergelijke zaken te motiveren. Maar daarover later mee.
Wat interessant is, is dat hij erkend dat doordat de VS zich in bepaalde situaties mengt, dat dit eigenlijk nog meer een negatief effect heeft op de situatie ter plaatse. De manier waarop de VS in dergelijke landen intervenieert, zoals door de aanwezigheid van militaire troepen, werkt contraproductief en speelt eigenlijk alleen maar in het nadeel van de Verenigde Staten. Het buitenlands beleid dat de Bush-administratie heeft gevoerd heeft de perceptie van de VS in het buitenland alleen maar verslechterd. Het maakte duidelijk dat de VS enkel handelt uit eigenbelang en haar eigen doel nastreeft. Hoe kan men dan nog geloven in humanitaire argumenten die worden gebuikt om bepaalde interventies te verantwoorden?
Waar Ron Paul in zijn presidentscampagne natuurlijk op speelt is dat de Amerikaanse bevolking uiteraard duidelijk de negatieve gevolgen van de militaire aanwezigheid in Irak ervaart. Hij pleit voor een zo snel mogelijke terugtrekking van de troepen. Het is zeker dat zulke argumenten in de VS gehoor krijgen en dat dit een sterk argument is waarmee men stemmen kan winnen. De tegenstanders van Ron Paul zullen natuurlijk argumenteren dat indien men nu Irak verlaat, dat men de situatie ter plaatse alleen nog erger zal maken.
Ron Paul zegt in dit filmpje ook dat men slechts oorlog zou mogen voeren indien er oorlog verklaard is, op een grondwettelijke manier. In dit filmpje alsook in dat van Chris bekritiseert Ron Paul de tactiek van de ‘War on Terror’ van de Bush-administratie. Hij stelt dat men geen oorlog kan voeren tegen terrorisme, omdat terrorisme een tactiek is. Oorlog gebeurt meestal tussen staten en moet door het Amerikaanse congres worden verklaard. Het gevaar van het concept van ‘war on Terror’ is dat de tegenstanders niet duidelijk gedefinieerd zijn. Net als humanitaristische argumenten is deze ‘War on Terror’ een soort vals voorwendsel om in bepaalde regio’s te interveniëren. Interventies waar meestal andere achterliggende doelstellingen mee gepaard gaan.
Paul stelt ook duidelijk dat de oorlog in Irak gevoerd is onder valse voorwendselen, zoals bijvoorbeeld de zogezegde dreiging van massavernietigingswapens. Ook dit was een vals voorwendsel naar de publieke opinie toe om een interventie te verantwoorden. Hierbij hebben de beleidsmakers toen gebuik gemaakt van de angstpsychose rond massavernietigingswapens en massaterrorisme.
Blijkbaar is er in de VS een nieuwe visie op buitenlandse politiek, duidelijk tegengesteld aan die van de huidige regering. Zie volgende quote uit het fragment:
“70% of Americans feel that our foreign (policy) is going in the wrong direction and want change”
Hij is ook duidelijk tegen de zogezegde invloed van de VN en andere internationale organen op het beleid van de VS. Van deze uitspraak van Paul ben ik eigenlijk een beetje verbaasd. Dit is natuurlijk een argument waar veel kiezers mee akkoord zouden gaan. ‘We mogen ons door anderen niet laten zeggen wat we moeten doen.’ Maar ik vraag mij echter af in welke mate de VN wel een dergelijke invloed op de Verenigde Staten hebben, gezien in de eerste plaats de permanente aanwezigheid van de VS in de Veiligheidsraad en het vetorecht? Heeft de geschiedenis dan niet aangetoond dat het de VS is dat de VN gebruikt heeft om bepaalde zaken die zij voor ogen hadden te realiseren? In welke mate heeft de VS eigenlijk rekening gehouden met bepalingen en plannen van de VN, als ze daar niet mee akkoord gingen? Denk maar aan de kwestie Israel-Palestina.
In het filmpje zegt Paul ook letterlijk dat de VS Pakistan steunt, een land dat hij een militaire dictatuur noemt. Dit ondermijnt dus de argumentatie van de huidige administratie dat het de taak van de VS en zijn bondgenoten is om democratie in de wereld te gaan promoten, vanuit humanitaristisch perspectief. Paul zegt geen problemen te hebben met de visie van de neocons rond de gedachte van democratie over de wereld te verspreiden. (Merk dus op dat ook bij hem een idee bestaat dat het belangrijk is dat de Westerse visies op democratie en dergelijke de juiste zijn) Hij is echter tegen het gebruik van geweld om dit te doen. Hij is er duidelijk tegen dit argument te gebruiken om interventies te verantwoorden. Zijn visie is dat het verspreiden deze “Westerse waarheden” op een vredevolle manier moet gebeuren, door het goede voorbeeld te geven. Hier is het duidelijk dat hij wel nog steeds met een gedachte zit van dat de “Westerse waarheden” de juiste zijn. Dit in tegenstelling tot Brickmont die stelt dat uitgaan van een dergelijke gedachte al verkeerd is.
Meer informatie over de standpunten van Ron Paul is te vinden op www.ronpaul2008.com .
Charles-Henry Van Cappellen
dinsdag 1 januari 2008
Het non-interventionisme van Ron Paul
Posted by
Thomas Bomans, Chris Claes, Wouter Jegers, Eva Maes, Gerrit Muylaert, Geert Nauwelaerts, Charles-Henry Van Cappellen, Gerrit Van Nijverseel en Geraldine Woitrin
at
22:05:00
3
comments
Labels: Charles-Henry Van Capellen, Multimedia
maandag 31 december 2007
This calls for an intervention!
Op deze blog is al heel veel gezegd en ik vind het heel moeilijk om nog een zinvolle inhoudelijke bijdrage te leveren. Vandaar deze eerder luchtige post op basis van een sprekend filmpje: http://nl.youtube.com/watch?v=kNe4GWxos2s waarin president Bush kop van jut is. Ook volgend fragment is de moeite waard http://nl.youtube.com/watch?v=whhbPVrb5KM
Tijdens de zoektocht naar een idee voor een post en een geschikt filmpje, kwam ik tot de vaststelling dat vele ‘youtubenaars’ het blijkbaar eens zijn over een aantal zaken omtrent het thema van deze blog. Ook doorheen de berichten van de studenten die mee aan deze blog gewerkt hebben, zit een gedeelde mening. Zo kunnen we stellen dat wanneer er zich een vorm van genocide voordoet, eender waar op deze aardbol, het onze morele plicht is om in te grijpen. Wat deze interventie moet inhouden staat dan wel ter discussie, de interventie op zich niet. Het is een vorm van gelegitimeerd paternalisme.
Van Dale omschrijft paternalisme als volgt: “… bevoogding. Het optreden van de overheid tgov. het volk, of van een overheersend volk in vreemd gebied (kolonie of vroegere kolonie) of van een gezaghebber als een vader of voogd die het goede met het volk, zijn kinderen of pupillen voorheeft, maar hun geen invloed van belang geeft op hun eigen aangelegenheden; …”
Om de één of andere reden achten we dit paternalisme ten aanzien van kinderen in de meeste gevallen normaal en wenselijk. Kinderen zijn te jong om voor zichzelf te bepalen wat goed is, dus doen ervaren volwassenen het in hun plaats. Ten aanzien van mensen met een handicap zijn we eveneens vaak geneigd deze gevaarlijke redenering te volgen. En ook in onze wet staan een aantal gerechtvaardigde paternalistische principes. Zo zijn we verplicht een autogordel te dragen. Waarom? Omdat we het anders eens zouden vergeten of het gewoon niet zouden willen en op deze wijze beschermt de staat ons tegen onszelf. Ook het verbod op zelfmoord is een vorm van paternalisme.
Paternalisme gaat om het opleggen van zaken die als inherent goed worden beschouwd. Uiteraard vormt paternalisme hierdoor een zeer problematisch begrip. Want wat is ‘goed’ en voor wie is goed ‘goed’? Is democratie goed? Is vrije meningsuiting goed? Is een dictatorschap slecht? Is vrijheid goed? …
Ook de mensenrechten zijn vanuit een paternalistische hoek te begrijpen. De mensenrechten worden als universeel goed beschouwd, dus waar deze geschonden worden mag, nee moet men ingrijpen.
Aan het andere uiteinde van het continuüm staat de zelfbeschikking, of in politieke termen, de soevereiniteit. Het concept slaat op het feit dat een staat zelf in staat is te beslissen wat goed voor haar is en dat geen andere staat zich hiermee dient te moeien.
Deze twee begrippen vormen het spanningsveld tussen interventie en non – interventie. Een aantal extremen buiten beschouwing gelaten (zoals bijvoorbeeld zware mensenrechtenschendingen), kan men uiteraard discussiëren, zoals op deze blog al meermaals naar voor is gekomen, over de rechtvaardigheid van vele paternalistische optredens van US. Wanneer ik zoektermen als ‘imperialism’, ‘democracy’, ‘freedom’, ‘intervention’, ‘humanitarain’, … aan youtube doorgaf, dan kwamen er heel veel filmpjes te voorschijn over Irak. Veel van deze beelden zijn zeer negatief over de oorlog daar (bv: http://nl.youtube.com/watch?v=dQwFjMa12GY ). Vooral de vele burgerslachtoffers staan vaak centraal.
http://nl.youtube.com/watch?v=kNe4GWxos2s Dit filmpje, heel kort maar heel krachtig, is me bijgebleven (en trouwens hilarisch pijnlijk…). President Bush moet antwoorden op de vraag wat ‘soevereiniteit’ betekent. Tot onze grote verbazing (?) slaagt hij hier echter niet in. De beelden spreken voor zich. Ik snap niet dat deze man tot twee keer toe tot machtigste man van de wereld verkozen is. Alle protest ten spijt over heel de wereld gevoerd, doet deze man blijkbaar waar hij zin in heeft, in naam van de vrijheid en democratie. Misschien is het tijd voor een paternalistisch optreden in het witte huis en de installatie van een goed bestuur? Of is een rechtvaardiging van een interventie niet mogelijk gezien we hier te maken hebben met democratische staat? Zou een rechtvaardiging van een interventie in het België dat maanden zonder regering zat mogelijk zijn geweest? Was België even een failed state waarin de rechten van de burgers beschermd diende te worden?
Er zijn duidelijk grenzen aan begrippen als democratie en vrijheid die ‘wij’ blijkbaar koste wat kost aan andere willen opleggen, maar zelf niet opgelegd willen krijgen.
Gerrit Muylaert
Posted by
Thomas Bomans, Chris Claes, Wouter Jegers, Eva Maes, Gerrit Muylaert, Geert Nauwelaerts, Charles-Henry Van Cappellen, Gerrit Van Nijverseel en Geraldine Woitrin
at
13:52:00
0
comments
Labels: Gerrit Muylaert, Multimedia
Darfur: visie van voormalig VN-gezant Jan Pronk
De vorige “multimedia-bijdrage” over Darfur ging vooral dieper in op de motivatie(s) van de bij het drama in Darfur betrokken buitenlandse actoren, en werd terecht niet geaarzeld te wijzen op het belang van de grote hoeveelheden “zwart goud” in de ondergrond en het toegenomen belang van het boomende China als autonome actor op de Afrikaanse scene.
Volgende filmpjes van BBC World News kunnen worden geraardpleegd op de persoonlijke website van Jan Pronk (1), wiens mandaat als VN-rapporteur op 22 oktober 2006 prompt werd afgebroken, toen hij door de Soedanese regering, officieel na uitspraken over ondermeer het moreel van de regeringstroepen op zijn weblog die hij over Darfur bijhield, werd uitgewezen.
“Persona non grata” op http://www.janpronk.nl/index319.html is een korte reportage over de activiteiten en achtergronden van 's mans uitwijzing; het filmpje dat onder URL: http://www.janpronk.nl/index307.html terug te vinden is, is een uitgebreid interview met hem.
In het stukje dat volgt voorzien we aan de hand van een aantal artikels een een aantal van de in de filmpjes gedane uitspraken van commentaar, waarbij we, voor een beter begrip van zijn standpunten, ook een beetje achtergrondinformatie puurden uit een aantal artikels die ook op zijn site te vinden zijn.
Uiteraard is de bedoeling van het uitgebreide interview niét Pronk uit te nodigen tot een diepgravende analyse met toelichting over de enorme complexiteit van de uitgestrekte Soedanese staat of over de achtergronden van het Darfur-conflict .
1.Pronk neemt het woord “genocide” niet in de mond (een belangrijk begrip, omdat dit internationaalrechtelijk een betere grond tot interventie); terecht wijst hij erop hoe de eerste en ergste escalatie van geweld en verdrijving plaatsvond vóór zijn aanstelling in juli 2004 (het conflict barstte los in feb. 2003). De internationale politieke en media-aandacht was toen zeer gering. Persoonlijke bedenking daarbij is of dit misschien deels met de Amerikaanse invasie in Irak te maken heeft (maart 2003), en met het op zijn einde lopen van het conflict dat het zuiden van Soedan al sinds 1983 verscheurde, en waar de autonomie voor het gebied de deur voor Amerikaanse oliecontracten zou kunnen openzetten ? (2)
2.Wanneer de hoge menselijke tol van vele gewapende conflicten in Afrika, waaronder ook dat in Darfur (3), ter sprake komt, wordt helaas vaak voorbijgegaan aan het feit dat het percentage burgerslachtoffers door honger en ziekte -vaak inbegrepen in de aangehaalde cijfers- juist zo hoog is, omdat het hier vaak om zeer kwetsbare bevolkingsgroepen gaat. Misschien is dit ook niet toevallig: die chronisch kwetsbare toestand doet het debat omtrent structurele factoren als gevolgen van (historisch gegroeide) onderontwikkeling en klimaatcrisis om de hoek loeren, een kader dat de exclusieve regeringsverantwoordelijkheid van het betrokken land vér overstijgt. Zie ook volgend artikel, waarin er op wordt gewezen dat de oorlog in Darfur ook wel “de eerste klimaatoorlog” wordt genoemd: http://www.mo.be/index.php?id=61&tx_uwnews_pi2%5Bart_id%5D=18530
3.De weinige achtergrondtoelichting die Pronk verschaft omtrent wat we onder “buitenlandse belangen” zouden kunnen catalogeren, heeft betrekking op buitenlands “hoofdrolspeler” China. Er kan idd. niet voorbijgegaan worden aan de sterke profilering van een boomend China op de Afrikaanse scene het laatste decennium is gaan spelen, en waarbij Soedan, door zijn olie en ligging een cruciale rol speelt. Anderzijds blijft hij -hoewel in algemene bewoordingen zeer kritisch over alle permanente leden van de Veiligheidsraad- toch wel op de vlakte over concrete aspiraties, belangen en inmenging van die andere machten of bedrijven ermee “gelieerd” (4).
4.Hij wijst er ook op dat volgens hem in het begin de beperkte vredesmacht van de Afrikaanse Unie niet voldoende financieel en logistiek door de Verenigde Naties werden ondersteund (5). Bedenking hierbij: zouden sommige belangen er geen baat bij hebben alternatieve vormen van interventie (die uiteraard geen mirakels kunnen verrichten inzake conflictstabilisatie), om zo de crisis te laten escaleren ... om een grootscheepse militaire interventie beter te kunnen rechtvaardigen ?
5.Belangrijk is dat Pronk impliciet (en op zijn weblog expliciet) erkent dat de VN met een groot probleem opgezadeld zitten; het misbruik van de VN door de VS voor eigen belangen, en de algemene woede over de inval in met name Irak in de “islamitische landen”, maakt het Khartoem gemakkelijk te surfen op dit brede ongenoegen. Hij erkent m.a.w. dat dit immobilisme en discrediet van de VN voortvloeien uit de politiek van de voornaamste grootmacht, die vervolgens dit “immobilisme” tracht te omzeilen door beroep te doen op eigen strijdmacht of de NATO. Kan zulk een politiek, we herhalen het, niet alleen maar “gelegitimeerd” worden door “humanitaire crisis” in te roepen, of zelfs indirect in de hand te werken ?
6.Pronk is wel de mening toegedaan dat China kan overhaald worden om Khartoem onder druk te zetten om bepaalde maatregelen tot indijking van de humanitaire crisis door te voeren, of meer in het algemeen door een duurzame oplossing (“peacekeeping-troepen hebben geen zin als er niet eerst een echt vredesakkoord is”) te helpen bevorderen “omdat stabiliteit in de hele regio ook in China's belang is”. De verworven positie van China wordt erkend en als vertrekpunt voor een oplossing gezien, niet als een aan te vechten positie (6).
7.Voorts stelt hij dat tussen de extreme posities van interventie en “niets doen” er nog een heel scala aan mogelijkheden is. Hij vindt het afdwingen van een “no-fly-zone” dan weer het overwegen waard, naast een combinatie van diplomatieke, economische en financiële sancties (waarvan sommige in feite ook in bepaalde resoluties van de Veiligheidsraad waren voorzien). Bedenking hierbij is dat door een vliegverbod idd. zou kunnen verhinderd worden dat de wellicht witgeschilderde bombardementsvliegtuigen (7) nog offensieven kunnen inluiden. Evenwel is deze vorm van interventie, die door sommige “beperkte voorstanders” van humanitaire interventie geprezen wordt “ter compensatie van een onevenwicht”, de deur open voor verdere escalatie en verschaft het nieuwe argumenten om om het even welke rebellie of opstand te ondersteunen.
8.Inzake het functioneren van de VN en diens Veiligheidsraad is hij zeer scherp, en maakt hij geen onderscheid tussen de verschillende grote machten (“ze zijn allemaal verantwoordelijk”). Zoals eerder gezegd is zijn vermelding van de ondergraving van de VN door de inval in Irak, wel een meer dan duidelijke vingerwijzing in Amerikaans(-Britse) richting. Waarom op deze ondergravers, opererend in een kader buiten dat van de VN, dan wel mag vertrouwd worden, blijft helaas een beetje een open vraag.
Voorlopige conclusie:
“Humanitaire interventie” (vaak in enkelvoud) heeft in het licht van “gewone”, vaak indirecte interventies (vaak in meervoud) van buitenlandse (niet in het minst ook westerse) actoren geen enkele zin, en gaan er andere doelstellingen achter schuil. Het is dan ook geen toeval dat deze “gewone” interventiebelangen en -praktijken vaak geen vooraanstaande plaats in de mainstream-mediaberichtgeving innemen.
In dié brede zin der uitdrukking is de stelling van Bricmont “laat ze zelf hun problemen oplossen” (die ik in een andere bijdrage kritisch benaderde) natuurlijk wél juist.
Voetnoten:
(1) Jan Pronk is een oudgediende van de Nederlandse politiek, een sociaal-democraat die tot de linkervleugel van zijn partij wordt gerekend, en bekend staat om meer dan eens “ongezouten” de hoek te komen. Zo ook in de jaren '70, toen hij minister van Buitenlandse Zaken was, en fulmineerde tegen apartheid, Soeharto, en de Latijnsamerikaanse dictaturen die toen floreerden, en schockeerde door Nederlandse excuses voor de “politionele acties” in Indonesië voor te stellen. In 1995 was hij weerom minister van Buitenlandse Zaken, toen het bataljon Nederlandse blauwhelmen machteloos toekeek toen in Srebrenica duizenden moslimmannen werden omgebracht door Bosnisch-Servische milities, een ervaring die hem naar eigen zeggen diep heeft getekend. Toen het rapport hierover in april 2002 werd bekendgemaakt, trad hij prompt af.
Hij behoort tot wat J. Bricmont zou noemen, “het toenemende deel van de linkerzijde dat voorstander is geworden van humanitaire interventie”. Meer info over hemzelf uiteraard op zijn site of op http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Pronk_(politicus)
(2) Zie interview met Jan Weuts, voormalig urgentiecoördinater Artsen Zonder Grenzen op
http://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=1685
(3) Zie ook de zeer overzichtelijke analyse “Conflictdynamie in Afrika” in Noord-Zuidcahier, jaargang 22 nr.3, sept. 1997 van de hand van Nico Vertongen, blz. 25-38. We wijzen ook op de zeer hoge menselijke tol van het aanslepend warlordistische conflict in Somalië en in de streek rond de Grote Meren, waar de buitenlandse inmeninging van allerlei rivaliserende, niet in het minst westerse, actoren al jaren even intens als indirect is.
(4) In het interview wijst Weuts ook op de feitelijke internationalisering van het conflict door de grootscheeps inmenging van Tsjaad, waar het regime Franse steun geniet. Zou dit Frans minister en stichter van de Franse AZG Kouchners pleidooi voor “humanitaire interventie” voor een stuk kunnen verklaren ? Dit gegeven is alvast indicatief voor een aanhoudende Frans-Amerikaanse rivaliteit in Afrika.
(5) Sommigen hekelen ook de aanpak van de vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR), die aan incompetentie en gebrek aan middelen zou lijden. Zie http://www.clio-international.nl/cenb/content/view/16/15/
Kennelijk wordt ook daar het werk liever “uitbesteed” (rol NGO's), en is precies dit mismanagement en gebrek aan middelen (zeker in het licht van de enorme bijdragen die sommige machten uittrekken voor oorlogsvoering) zeer frappant en humanitair hemeltergend. Worden andere vormen van “interventie” meer gewaardeerd ?
(6) Zie bv. artikel “De betekenis van China's opkomst voor de NAVO”, kan geraadpleegd worden op www.internationalespectator.nl/2007/20070700_is_art_putten.pdf. Hierin wordt duidelijk gewezen op de verschillende houding van de EU en de VS t.o.v. China, waarbij de VS zich in een “confrontatie” wanen in het Verre Oosten, een gebied waarover ze hegemonisch zijn, hetgeen wereldwijd doorwerkt.
Een interessant artikel over de rol en veranderende houding van China inzake Soedan, zie ook http://ipsnews.be/index.php?id=61&no_cache=1&tx_uwnews_pi2[art_id]=1852. Daain wordt stelt een Belgisch zakenman zelfs dat de Europese zakenlui de Chinese investeringen verwelkomen, want daardoor is er economische groei”. Het nut van “staatsondernemingen” ?
Geert Nauwelaerts
Met excuses voor de kennelijke onmogelijkheid om de filmpjes zelf te downloaden en integreren in de log; gelieve de URL te gebruiken.
Posted by
Thomas Bomans, Chris Claes, Wouter Jegers, Eva Maes, Gerrit Muylaert, Geert Nauwelaerts, Charles-Henry Van Cappellen, Gerrit Van Nijverseel en Geraldine Woitrin
at
12:43:00
1 comments
Labels: Geert Nauwelaerts, Multimedia
zondag 30 december 2007
Het buitenlandse beleid van de V.S. en zijn imperialistische trekjes
In dit filmpje uit de republikein Ron Paul zijn ongenoegen over de buitenlandse tactieken van George W. Bush. Vooreerst komt in zijn toespraak duidelijk een partijpolitiek spelletje naar voren. Zo beschuldigt hij de democraten ervan Bush in 2003 onvoldoende te hebben tegengehouden om binnen te vallen in Irak. Maar daarnaast is dit fragment bijzonder interessant in het kader van de relatie tussen imperialisme en humanitarisme. Hier gaat het over de zogenaamd humanitaire ingreep om de Irakezen te verlossen van de dictator Saddam Hussein, een militaire operatie die volgens Ron Paul enkel dient ter uitbreiding van het Amerikaanse imperialisme. Ron Paul is tegen de bezetting van Irak door Amerikaanse soldaten, waarbij volgens hem al teveel slachtoffers zijn gevallen, zowel bij de Irakezen als bij de Amerikanen. Hij beschrijft de invasie in Irak als imperiumopbouw en kolonialisme. Volgens hem waren ook de interventies in Kosovo en Somalië een aantal jaren terug illegaal. Terrorisme is een tactiek volgens hem, je kunt geen oorlog voeren tegen een tactiek. Daarom is het principe van de War on Terror volledig onzinnig. De Irakezen en Saddam Hussein hadden niets te maken met terroristische aanslagen, ook niet met die van 9/11. Volgens hem past de oorlog in Irak niet binnen het streven naar vrijheid zoals Bush beweert, maar is het de zoveelste keer in de geschiedenis dat het Amerikaanse beleid wordt gevoerd vanuit een neoconservatief imperiumradicalisme. De werkelijke drijfveren van de Bush-regering zijn volgens hem: de lobby van de militaire industrie, misplaatste zogenaamde internationale goede bedoelingen, de strijd om natuurlijke rijkdommen, en blinde loyaliteit tegenover verschillende overheden in het Midden-Oosten. Volgens Ron Paul bedriegt Bush de Amerikaanse bevolking met valse redenen voor de invasie in Irak. Zo heeft hij het over het verdedigen van de nationale veiligheid, VN resoluties die moesten worden afgedwongen (iedereen herinnert zich wellicht dat verbod op massavernietigingswapens dat Irak zou hebben geschonden, maar achteraf bleek dat de controleurs niets hadden kunnen vinden dat in die richting wees…), het verwijderen van een dictator, het installeren van een democratie, en het beschermen van de olie voor Amerika. Bush stelt: 'Als we nu vertrekken zal Irak vervallen tot een puinhoop.' Hierop antwoordt Ron Paul snedig met de retorische vraag: 'En als we blijven dan is het uitgesloten dat het een puinhoop wordt?'.
Bij het filmpje werd op 29 december 2007 het volgende commentaar geschreven: 'this guy has balls, too bad he won't win the election because he's too truthful', gespierde taal van een zekere Mohammed - what's in a name?
Nog een kleine bedenking bij de tekst: eerst vermeldt Ron Paul de strijd om natuurlijke rijkdommen als één van de werkelijke redenen voor de invasie in Irak, terwijl hij later zegt dat het beschermen van de Amerikaanse olie een drogreden zou zijn om de Amerikaanse bevolking te beliegen. Dit lijkt wat tegenstrijdig? Misschien kan dit eventueel een discussie op gang brengen? Want de strijd om natuurlijke rijkdommen zal zeker in de toekomst aan belang winnen in het kader van conflicten. Gezien steeds meer mensen steeds minder natuurlijke rijkdommen ter beschikking hebben en zullen hebben: de stijgende olieprijzen zijn niet enkel een conjunctuurfenomeen…
In het volgende filmpje spreken de cijfers voor zich: Israël krijgt een duidelijke voorkeursbehandeling van de V.S..
Hier wordt gesteld dat Israël een derde van alle hulp toekomt die de V.S. jaarlijks in totaal uitdeelt in de wereld. Volgens een wetenschappelijke vriend van de ons ondertussen welgekende Jean Bricmont, Noam Chomski, betaalt de Amerikaanse belastingsbetaler al de militaire acties die Israël uitvoert in de bezette gebieden. Jean Bricmont zelf zei tijdens zijn voordracht binnen de lessenreeks, dat Israël een atoombom heeft en dat Iran er ook beter een zou maken, waarmee hij bedoelt dat de machtsverhoudingen in de regio volledig scheef zijn getrokken, door de steun van V.S.. Dit filmpje toont duidelijk aan dat er van oprecht humanitaire hulp vanuit de V.S. weinig sprake kan zijn, de hulp past vooral binnen de eigen strategische plannen van het Amerikaanse imperium en komt toe aan bevriende buitenlandse machthebbers die dat beleid ondersteunen.
Posted by
Thomas Bomans, Chris Claes, Wouter Jegers, Eva Maes, Gerrit Muylaert, Geert Nauwelaerts, Charles-Henry Van Cappellen, Gerrit Van Nijverseel en Geraldine Woitrin
at
11:53:00
0
comments
Labels: Chris Claes, Multimedia
donderdag 27 december 2007
Is democratie goed voor iedereen?
Het leeuwendeel van deze blog stelt in vraag in hoeverre humanitaire interventies, en dan vooral militaire interventies, te verdedigen zijn. Enerzijds worden interventies gesteund, want is het niet de plicht van welvarende landen om bij te springen waar mensen in nood zijn, de armoede de wereld uit te helpen, de mensenrechten over de hele wereld te doen respecteren? Maar anderzijds rijst steeds weer de vraag of de soevereiniteit niet steeds ongeschonden moet blijven, of er geen andere belangen mee gemoeid zijn dan louter humanitaire, en of het resultaat van de interventies wel opweegt tegen de kosten die ermee gepaard gaan.
Veel van de humanitaire/militaire interventies die de laatste jaren ondernomen werden, zijn uitgevoerd vanuit het idee dat democratie de sleutel is tot de oplossing van vele wereldproblemen. Als het democratisch systeem over de hele wereld verspreid zou raken, en mensen overal een stem zouden krijgen, zou de oorzaak van vele problemen zijn weggenomen.
De vraag of het democratische systeem waarin wij, het Westen, leven, goed is voor iedereen, en dus moet geëxporteerd worden, geeft aanleiding tot een nieuw debat, waarin veel verschillende opvattingen naar voor komen. Dat dit een thema is waar in alle werelddelen over wordt gedacht, werd ook de BBC World duidelijk, die er verschillende programma’s aan wijdde. In de reeks "Why democracy?" bijvoorbeeld heeft men verschillende aspecten hiervan aan bod laten komen. In de uitzending "Is democracy good for everyone?" (1) wordt een korte schets gegeven van enkele opinies. Ook organiseerde de BBC een phone-in programma, waarbij mensen van over de hele wereld konden bellen om hun mening te geven over wat democratie is voor hen en wat het betekent in het land waar ze leven, of democratie volgens hen een systeem is dat overal goed werk kan leveren en of dit dan ook overal opgelegd moet worden (2). 
Uiteraard lopen de meningen sterk uiteen, en heeft iedereen zijn idee over hoe de wereld er het beste zou uitzien. Wat opvalt, is dat niet louter een zwart-witbeeld naar voor komt, maar dat veel soorten kritiek worden gegeven. Niet enkel wordt bediscussieerd of democratie een universeel model is en als het dat dan is, of het zomaar moet worden opgelegd. Ook wordt het begrip democratie zelf in vraag gesteld, en eveneens of er wel kan gesproken worden van echte democratie in het Westen, en dan vooral de VS.
Het Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal Van Dale geeft als definitie van democratie: "Staatsvorm waarin het volk, door vertegenwoordigers, zichzelf regeert en vrijelijk zijn mening en wensen kan uiten." Vaak wordt ook gezegd dat een democratie ‘of people, for people and by people’ is. Uitgaande van deze definities lijkt democratie op het eerste gezicht intrinsiek goed. Dankzij een democratie worden immers de wensen van het volk, ook al zijn er intern verschillen, weerspiegeld en is de staat enkel ten dienste van het volk. Daardoor kan welvaart niet lang op zich laten wachten. Maar wat als minderheden niet vertegenwoordigd worden, en net hun rechten niet worden gerespecteerd zodat die minderheden dus onderdrukt worden? Wat als democratie niet de verwachte resultaten oplevert? Bij de dekolonisatie in Afrika hebben de meeste kolonisatoren bij de overgang democratie opgelegd aan het nieuwe land. Dit moest de basis leggen voor politieke, economische en sociale welvaart. Maar al gauw doken toch overal problemen op, stak corruptie de kop op, werden staatssystemen patrimonialistisch, waarbij de staatsleider alle voordelen opstreek en de bevolking moest leven onder een sterk autoritair gezag. Democratie blijkt dus niet overal zomaar te werken.
Democratie is in het Westen over de eeuwen heen gegroeid, vanuit de staten en de bevoking zelf. Het is ongetwijfeld een zeer waardevol systeem, zo niet de belangrijkste politieke regeringsvorm die tot nu toe is gebruikt voor een zeer groot deel van de wereld. Maar we moeten ons zeker afvragen of dit zomaar geëxtrapoleerd kan worden. Verschillende situaties kunnen verschillende oplossingen nodig hebben. Het valt op dat bij het phone-in programma van de BBC vooral mensen uit ontwikkelingslanden zelf niet altijd voor dat idee te vinden zijn. Veelal wordt de waarde van democratie wel erkend, maar wijst men erop dat de tijd er rijp voor moet zijn. In landen waar instabiliteit en armoede aanwezig zijn, is minstens een overgangsperiode nodig waarbij de politieke maturiteit van de staat gevormd kan worden, en de bevolking zich moreel, psychologisch en sociaal kan aanpassen. Zo komt het voorstel van een ‘guided democracy’ naar voor, en zelfs een intermediaire, zachte vorm van dictatuur – vanzelfsprekend is de dictator in kwestie dan iemand die het goed voor heeft met de bevolking over wie hij regeert.
Een andere vraag is of democratie zoals wij die kennen niet gewoon waarden en normen van andere culturen negeert. Democratie is misschien wel iets typisch Westers, dat niet per definitie ook ergens anders kan aarden. En aangezien de definitie van democratie zegt dat democratie ‘of people, for people, by people’ is, moet dit dan niet groeien vanuit de maatschappij zelf waar het zal werken? Democratie mag dan al goed werken voor het Westen, welvaart kan misschien even goed via een andere weg worden bereikt.
Stel dat we er nu toch van uitgaan dat democratie intrinsiek goed is, en dat het een universeel model is dat over de hele wereld bevorderend werkt. Dan nog moeten we ons vragen blijven stellen bij de globalisering van het concept. Democratie opleggen in een land is cultureel imperialisme. Zeker als men deze globalisering verkrijgt door oorlogen te ontketenen, zoals dat het geval was in Afghanistan en Irak. Het argument dat democratie stabiliteit schept, en daardoor de kans op terrorisme verkleint, mag niet gebruikt worden om oorlogen te verdedigen. Tot nu toe hebben deze acties niet geleid tot het gewenste resultaat, maar de situatie enkel verergerd. De VS gebruikt democratie als verklaring voor zijn daden, maar is wel erg selectief in de landen waar het tot actie overgaat. Waar de VS geen problemen heeft, laat het de regering rustig zijn gangetje gaan, welk politiek systeem ook aanwezig is. Enkel als persoonlijke belangen in het gedrang komen, wordt het argument van de democratie bovengehaald om veranderingen te kunnen doorvoeren.
Een laatste punt van discussie dat veel wordt aangehaald, is de inhoud zelf van democratie in het Westen, en dan weer vooral de VS. Zijn regeringen hier steeds zo democratisch? Ook in het Westen komt immers corruptie voor, kunnen terroristen opduiken en worden de mening en wensen van sommigen in de bevolking niet gehoord. Uiteraard zijn mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en zelfbestuur zeer belangrijk, en kunnen ze een meerwaarde betekenen... Democratie is niet onvoorwaardelijk.
Eva Maes
Bronnen
1. http://search.bbc.co.uk/cgi-bin/search/results.pl?scope=all&edition=i&tab=av&recipe=all&q=is+democracy+good+for+everyone%3F
2. http://news.bbc.co.uk/2/hi/uk_news/3230269.stm
Posted by
Thomas Bomans, Chris Claes, Wouter Jegers, Eva Maes, Gerrit Muylaert, Geert Nauwelaerts, Charles-Henry Van Cappellen, Gerrit Van Nijverseel en Geraldine Woitrin
at
10:28:00
0
comments
Labels: Eva Maes, Multimedia
woensdag 26 december 2007
Het olieconflict in Nigeria

Kijken naar het conflict in Nigeria maakt het ons mogelijk deze problematiek met een andere benadering te benaderen. Inderdaad zoals dit paper het zal uiteenzetten, is de situatie in Nigeria hoofdzakelijk toe te schrijven aan de gevolgen van de olieontginning. Oliewinning in Nigeria gebeurt altijd door middel van joint venture met de overheid. De grootste joint venture in Nigeria is de Shell Petroleum Development Company of Nigeria Limited (SPDC) en is verantwoordelijk voor 40% van de olieproductie in Nigeria. Shell heeft een aandeel van 30% in deze joint venture. Dit toont aan dat buitenlandse industrieën de belangrijkste acteurs van de Nigeriaanse oliehandel zijn en die handel is precies de bron van de huidige conflicten in het land. De armoede van de bevolking in deze gemeenschappen is echt dramatisch en het Oosten moet er zich verantwoordelijk voor voelen.
Nigeria is de grootse olieproducent in Afrika en de vijfde grootste in de OPEC. Vandaag produceert Niger Delta 80% van het landinkomen dankzij zijn petroleum. Sinds de onafhankelijkheid in 1960, heeft de bevolking 30 jaren militaire beheersing gekend. Mensen in de Niger Delta zijn arm en hebben geen recht op een democratische stem. De laatste maanden zijn de mensen zich actiever gedragen, in het bijzonder door MEND (Movement for Emancipation of Niger Delta). De bevolking heeft geen vertrouwen meer in de overheid die heel corrupt is. 95% van uitvoerwinsten komen uit de oliesector maar de meeste mensen van die regio leven met minder dan een dollar per dag. Sinds de jaren zeventig zijn er 5000 olielekken geweest die vervuiling van het water, de grond en de lucht hebben veroorzaakt. De bevolking voelt geen steun van de overheid en het is de reden waarom ze zich aangetrokken voelen voor de actieve houding. Hun leiders blijven voorstanders zijn van een non-gewelde campagne maar het geduld van de bevolking is bijna op.
Wat gebeurt er dan met de winsten van de olie? Een paar jaar geleden had de overheid een echte verbetering van de onderwijsinfrastructuur en werkgelegenheid beloofd, maar ze hebben deze belofte niet nagekomen. De olieontwikkeling heeft ook het milieu ernstig beschadigd. De bewoners van het Niger Delta waren meestal landbouwers maar de grond werd door de olielekken getroffen en zelfs jaren na het lekken kunnen de landbouwers niets meer met hun grond doen. De olie-industrieën hebben tot nu toe geen compensaties voor de beschadigingen aan de bevolking aangeboden. De toestand in de steden is misschien zelfs slechter en de arme mensen kunnen nauwelijks in deze omstandigheden leven. Als hun levensomstandigheden niet verbeteren, zijn ze bereid om te vechten.
De Nigeriaanse economie is de laatste jaren fel achteruitgegaan en vandaag is de olie de dominante sector van de economie. Wanneer jongeren de kans hebben om naar school en universiteit te gaan, hebben ze het nog moeilijk om werk te vinden. De overheid kan uit de oliewinning genoeg winst maken en vindt het dus overbodig om andere sectoren te ontwikkelen. Maar deze winsten geraken nooit tot bij de bevolking van de regio. Meestal verzeilt het geld in de handen van locale overheden die het geld in locale projecten investeren voor bijvoorbeeld de landbouw of gezondheidsservice. Maar deze projecten komen nooit tot stand en het geld eindigt meestal in hun persoonlijke zakken.
De nieuwe voorzitter, M. Yar'adua, heeft duidelijk gemaakt dat hij, tegen 2020, Nigeria tussen de 20 grootste economische machten wilde plaatsen. Tegen welke prijs zal hij zijn objectief bereiken? Wat is zijn rede over de sociale ontwikkeling van zijn bevolking?
In december heeft de Amerikaanse President M. Bush de nieuwe Nigeriaanse President in het Witte Huis ontmoet. Ondanks de eerste betwistingen na de verkiezingen in april 2007, heeft M. Bush aan Nigeria zijn hulp geboden in de opleidingsector en in de strijd tegen AIDS. De Verenigde Staten zijn inderdaad een belangrijke handelspartner voor Nigeria, voornamelijk te wijten aan de oliehandel . Waarom willen de Verenigde Staten nu de Nigeriaanse bevolking nu helpen? Is het niet een beetje te laat om nu pas over de gevolgen van de westerse oliehandel na te denken?
Géraldine Woitrin
Posted by
Thomas Bomans, Chris Claes, Wouter Jegers, Eva Maes, Gerrit Muylaert, Geert Nauwelaerts, Charles-Henry Van Cappellen, Gerrit Van Nijverseel en Geraldine Woitrin
at
21:18:00
0
comments
Labels: Géraldine Woitrin, Multimedia
dinsdag 11 december 2007
De verschillende waarheden van humanitaire interventies
In Somalië heeft de grootste humanitaire crisis van het Afrikaanse continent van dit moment plaats. Toch krijgt het land nog minder media aandacht dan de gebeurtenissen in Darfur. Hongersnood, anarchie, warlords en decennia van geweld zorgden reeds voor een groot aantal vluchtelingen, die in 2007 alleen nog maar gestegen zijn. Politieke instabiliteit en burgeroorlog hebben het land verscheurd, terwijl economische ontwikkeling vrijwel tot nul is gereduceerd. Vele inwoners kijken naar het “westen” voor hulp. Toch heeft Somalië in 15 jaar tijd twee interventies gekend van de supermacht die er prat op gaat democratie en stabiliteit te verspreiden op elk gebied waar hun soldaten voet aan grond zetten: de V.S.
Somalië is echter het perfecte voorbeeld welke perverse effecten een humanitaire interventie of politieke, diplomatische en/of militaire ruggesteun kunnen hebben. Meeste mensen weten dat de V.S. in de vroege jaren 90 militair intervenieerde in Somalië, dat verwikkelt was in een burgeroorlog en een grote hongersnood kende. Beide waren voor het overgrote deel het gevolg van het regime van president Barre. Velen weten echter niet dat de V.S. dit regime financieel en materieel steunde, en dat deze hulp de grootschalige repressie van het leger aan de vooravond van de burgeroorlog mogelijk maakte. De Amerikaanse troepen die de hulpverlening in het land mogelijk moesten maken (voedselhulp werd voordien door de krijgsheren opgeëist), werden dan ook door de Somalische bevolking aanzien als steunverleners van het autoritaire regime. De militaire interventie liep snel uit op een fiasco en de troepen trokken zich terug, waarbij het land in chaos werd achtergelaten.
De oorlog tussen de warlords nam pas in 2004 geleidelijk af, waarbij een overgangsregering werd gevormd (met deelname van enkele van deze krijgsheren). Een effectieve centrale regering werd dit echter niet en anarchie bleef heersen. Islamitische organisaties vonden in deze situatie een goede voedingsbodem en kregen steeds meer de steun van de bevolking, wat in 2006 zelfs tot een confrontatie leidde tussen de krijgsheren van Mogadishu en de Verenigde Islamitische Rechtbanken (UIC). De UIC begon steeds meer macht en controle te verwerven en voor het eerst sinds het begin van de burgeroorlog was er een centrale autoriteit met relatieve controle over het land en een bescheiden vorm van stabiliteit. De toegevoegde video’s handelen voor het overgrote deel over de gebeurtenissen die hierop volgden.
Somalia in Crisis (deel 1)
deel 2)
Ethiopië, een bondgenoot van de V.S., intervenieert in het voordeel van de overgangsregering, die gevlucht was naar Ethiopië, en verdrijft de UIC naar het zuiden van het land. Over de ware toedracht van de invasie bestaat er discussie (eigenbelang, stabiliteit van de regio, Islamisten als gevaar,…). Ook over het succes van de interventie en de manier waarop men het land onder controle poogt te krijgen, bestaat er onenigheid. In vele westerse (lees: vooral Amerikaanse) media werd de invasie bejubeld en was de Ethiopische interventie noodzakelijk om de humanitaire crisis in de Hoorn van Afrika een halt toe te roepen ( een voorbeeld is het fragment van CNN). Daarenboven wordt de UIC gelijkgesteld met Al-Qaida of (afhankelijk van de bron) ervan verdacht Al-Qaida leden in het land te herbergen, waarbij het “regime”, in analogie met de Taliban, verder gedelegitimeerd werd door het te hebben over het fundamentalisme en de mogelijke mensenrechtenschendingen van de UIC. Volgens andere bronnen steunen de V.S. en Ethiopië een onpopulaire marionettenregering en begaan zij zelf verregaande schendingen van mensenrechten (fragment van Democracy Now). De strijd voor de hearts and minds wordt dan ook niet alleen in Somalië gevoerd, maar daarenboven in de V.S. zelf. Zeker wanneer het gaat om hét thema van de Amerikaanse buitenlandse politiek: de War on Terror en Al-Qaida.
De Amerikaanse betrokkenheid in Somalië in het “post 9/11 tijdperk” kan dan ook gezien worden vanuit hun strijd tegen het “Islam terrorisme”. Zo werden niet alleen de krijgsheren gesteund in hun strijd tegen de UIC, maar voerden Amerikaanse vliegtuigen ook zware bombardementen uit, gericht tegen “3 à 5 Al-Qaida leden” (!), maar met vele (meer dan waarschijnlijk onschuldige) burgerslachtoffers als gevolg. De gelijkenissen met de steun aan het Barre regime is meer dan toevallig: toen was die steun “noodzakelijk” in de strijd tegen het communisme, op dat moment zelfs vooral gericht tegen huidig bondgenoot Ethiopië. De steun voor de huidige onbekwame regering is vooral het gevolg van de terreur paranoia (of zelfs Islam paranoia) die het buitenlandsbeleid van Bush karakteriseert. Het gebruik van concepten als Jihad en Sharia door de UIC werden daarom als oorlogsverklaringen beschouwd. Ook het dogma dat de “failed states” enerzijds een voedingsbodem en anderzijds een toevluchtsoord vormen voor Islamfundamentalisten, door de State Departement subtiel gelijkgesteld met Al-Qaida, rechtvaardigt volgens velen een actie in Somalië. Toch werden de acties van vader en zoon Bush weergegeven als een vorm van moreel imperialisme: het streven naar democratie en stabiliteit, wat in realiteit een agenda inhoudt om het land om te vormen naar eigen visie en wensen. De “New World Order” van Bush Senior en de strijd tegen Islam(terreur) van Bush Junior zijn dan ook vooral toonbeelden van blauwdrukken om de wereld, het zuiden voorop, om te hervormen naar eigen voorbeeld. Failed states moeten van “scratch” opgebouwd worden, eventueel met hard militair ingrijpen. Elke vorm van fundamentalisme moet verbannen worden en gematigden, wat meestal wil zeggen; de bondgenoten van de V.S., moeten de macht krijgen en behouden. Het einddoel is dan niet alleen allianties met deze staten, wat economische en andere voordelen met zich meebrengt, maar ook internationale stabiliteit door het idee dat tussen democratieën geen oorlog wordt gevoerd en uit democratieën geen terroristen voortkomen. De validiteit van deze stelling is natuurlijk twijfelachtig, maar toont toch ook de redenering achter de toegenomen “verveiliging van hulp”. De acties in Somalië moeten dan ook niet als acties ter bevordering van de democratie of stabiliteit an sich worden gezien, maar als acties tegen islamfundamentalisme, dé dreiging van de V.S. Dat dit structurele oplossingen voor de desbetreffende landen in de weg staat, lijkt met het voorbeeld van Somalië reeds bewezen. Humanitaire interventies in het belang van de staten in het zuiden zijn nog steeds niet de norm, en zal het in dit “nieuwe tijdperk” voor de V.S. ook niet worden.
Van Nijverseel Gerrit

Posted by
Thomas Bomans, Chris Claes, Wouter Jegers, Eva Maes, Gerrit Muylaert, Geert Nauwelaerts, Charles-Henry Van Cappellen, Gerrit Van Nijverseel en Geraldine Woitrin
at
19:25:00
0
comments
Labels: Gerrit Van Nijverseel, Multimedia
Darfoer: en de boer ploegde voort. Over een humanitaire catastrofe en botsende belangen.
Op 31 juli 2007 wordt uiteindelijk, na lang gepalaver, de oprichting van een hybride vredesmacht (van de Afrikaanse Unie (AU) en de Verenigde Naties) door resolutie 1769 van de VN Veiligheidsraad goedgekeurd. Heeft de internationale gemeenschap dan toch geleerd uit het verleden? Zal UNAMID, met een mandaat om de bevolking en humanitaire transporten in geval van nood gewapenderhand te verdedigen, nog erger – er zijn immers volgens schattingen al van 200.000 tot 450.000 doden gevallen – kunnen voorkomen? Is de motivatie van de internationale gemeenschap om alsnog in te grijpen, te zoeken in een bekommernis omtrent de gevolgen van het conflict voor de bevolking of liggen er misschien andere drijfveren aan ten gronde? Hoewel een uiteenzetting van de geschiedenis van het conflict in Darfoer ons in deze blog te ver zou leiden (zie daarvoor bijv. de bijzonder uitgebreide bijdrage op de Engelstalige pagina’s van wikipedia over het conflict in Darfur: http://en.wikipedia.org/wiki/Darfur_conflict), is het in deze context bijzonder interessant de retoriek van de verschillende spelers op het wereldtoneel, maar ook hun onderliggende motivaties, eens onder de loep te nemen.
Volgende bijdrage van Al-Jazeera omtrent het conflict in Darfoer, lijkt de verklaring voor de interesse van de grootmogendheden in Darfoer alvast heel ergens anders te zoeken. Niet het lijden van de honderdduizenden al dan niet ontheemde inwoners van Darfoer, zou de oorzaak van de interesse van vele landen in dit conflict zijn, maar wel de enorme olie- en gasreserves die onder Soedanees grondgebied gevonden zijn.
Aangezien zowel de Chinese, als de Amerikaanse en Europese economieën energie verslinden, is het logisch dat de respectievelijke regeringen voortdurend op zoek zijn naar nieuwe bronnen die aangeboord kunnen worden om hun energievoorziening veilig te stellen. Voorlopig lijkt China evenwel als enige deftig voet aan grond te krijgen in Khartoum en bijgevolg ook als enige invloed te kunnen uitoefenen op Soedan.
Het mag dan ook niet verbazen dat China het voornaamste permanente lid van de Veiligheidsraad (naast Rusland) is, dat het Soedanese regime verdedigt tegen de Westerse aantijgingen van schendingen van het internationale en humanitaire recht.
volgens deze organisaties immers voortdurend ingezet door zowel de regering als de Janjaweed milities (gewapend door de regering) om de strijd in Darfoer voort te zetten. Vliegtuigen die bombardementen uitvoeren zouden volgens sommige bronnen zelfs doelbewust wit geverfd worden (net zoals vliegtuigen van de VN), teneinde de bevolking en de actieve mensenrechtenorganisaties te misleiden.Beide bijdragen illustreren duidelijk dat China op het internationale toneel op een zeer slappe koord dient te balanceren waarbij het enerzijds zijn eigen belangen in Soedan dient af te wegen tegen anderzijds de internationale druk tot ingrijpen in het Oost-Afrikaanse land. De recente goedkeuring van de hybride vredesmacht UNAMID door zowel China als - nog belangrijker - de regering van Soedan zou kunnen wijzen op een koerswijziging in het Chinese beleid. Bij een eerdere goedkeuring van een niet-hybride VN vredesmacht (VN Veiligheidsraad Resolutie 1706) voerde China immers zwaar oppositie en wist het de resolutie volledig uit te hollen (en onthield zich vervolgens samen met Rusland en Qatar van de stemming). Bovendien weigerde Soedan, met de impliciete steun van China, toen immers ook resoluut de vredesmacht op haar grondgebied te laten opereren. De Soedanese regering verklaarde al snel dat zulk een actie beschouwd zou worden als een imperialistische inmenging van buitenlandse mogendheden in de interne keuken van Soedan. De dag na het stemmen van de resolutie intensifieerde het regime in Khartoem dan ook prompt de aanvallen op de verschillende rebellengroepen in Darfoer. Hoewel het momenteel nog afwachten is, of en hoe UNAMID effectief zijn autoriteit zal kunnen laten gelden op het terrein, kan de steun van China (de resolutie werd immers bij unanimiteit goedgekeurd) aan het stevige mandaat voor UNAMID gezien worden als een toegeving aan de internationale druk door landen als de V.S., Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Desalniettemin laat China zijn steun voor het Soedanese regime verre van vallen. Elke mogelijkheid om het vredesproces te vertragen wordt steevast gegrepen. Illustratief daarvoor is bijv. de commentaar op de houding van China in het slot van volgende bijdrage:
In en rondetafelconferentie op initiatief van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk (onderhandelingen in het kader van de oprichting van de hybride vredesmacht) zetten de Westerse landen China en Soedan onder druk door enerzijds te dreigen met ingrijpen in Darfoer (“Il faudra être ferme”), maar anderzijds worden er ook geluiden de wereld ingestuurd van economische compensaties indien Soedan bereid is mee te werken (“nous l’aiderons puisement”) (i.e. de tactiek van de ‘carrots and sticks’). Er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat China een sleutelpositie bekleedt in de onderhandelingen om de impasse te doorbreken. Het feit dat China mee rond tafel zit, is in dat opzicht alleen al een overwinning voor de organisatoren. De Westerse landen drukken er tijdens de onderhandelingen dan ook op dat China zijn invloed moet aanwenden om het regime in Khartoem onder druk te zetten. Hoewel China publiekelijk nooit expliciet tegen Soedan zal pleiten, wat indachtig interne politieke kwesties als die van Tibet niet verbazingwekkend zal zijn, lijkt China evenwel toch te beseffen dat het niet houdbaar is het Soedanese regime ten alle koste te verdedigen. China dient immers ook rekening te houden met belangen op en in andere gebieden, waar de geopolitieke kaarten mogelijk anders liggen. Niet in het minst is China zich ook bewust van de gevoeligheid van de publieke opinie t.a.v. mensenrechten en de daaraan gerelateerde schendingen. Aangezien China op dat gebied zelf niet van elke kritiek gevrijwaard is, beseft men in Peking maar al te goed dat de rol van de media en de publieke opinie niet onderschat mag worden. De toegenomen media-aandacht voor het conflict in Darfoer zal daar zeker niet vreemd aan zijn.

Posted by
Thomas Bomans, Chris Claes, Wouter Jegers, Eva Maes, Gerrit Muylaert, Geert Nauwelaerts, Charles-Henry Van Cappellen, Gerrit Van Nijverseel en Geraldine Woitrin
at
10:55:00
0
comments
Labels: Multimedia, Thomas Bomans
